script language="Javascript1.2">
| 2 Elzenbroekbos: toepasbare houtige soorten en voorkomende kruiden --------------------Sluit deze pag. met kruisje rechts boven! | ||||||
| Elzenbroekbos groeit langs allerlei zoete wateren, in laagveenmoerassen en op allerlei natte plekken die met basenrijk grondwater (kwel) worden gevoed. In de winter staat de bodem meestal onder water en in de zomer blijft deze minstens zeer vochtig, dat wil zeggen dat de bodem alleen oppervlakkig uitdroogt. Meestal is er sprake van stagnerend water of/en van kwel. Het grondwater zakt in de zomer niet dieper dan tot 60 cm beneden het maaiveld. Door zuurstofgebrek in de bodem treedt veenvorming op. Deze veenlaag is niet dikker dan 1 meter. Elzenbroekbossen zijn kenmerkend voor veenbodems en zijn het meest aan te treffen in laagveengebieden waar ze een hoogte tot ruim 10 meter kunnen bereiken. In de natte delen van de beekdalen kunnen ze 15 tot 20 m hoog uitgroeien. In de kruidlaag komen gewoonlijk geen echte bosplanten voor; de kruidlaag wordt gevormd door soorten van de natte vegetaties, dus van moerassen en rietlanden. | ||||||
| Op te droge bodems wordt de kruidlaag meestal gedomineerd door grote brandnetel. Dit komt door het stikstofbindendvermogen van zwarte els. In verdikkingen van de wortels bevinden zich bacteriën die stikstof uit de lucht kunnen binden. Door snelle mineralisatie van het stikstofrijke blad en elzenproppen wordt de bodem zeer vruchtbaar en gevoelig voor verruiging. | ||||||
| Bodem |
|
|||||
| Bomen | Hoofdhoutsoorten: zwarte els. | |||||
| Begeleidende soorten: zachte berk, gewone es, zomereik. | ||||||
| Struiken | Wilde gagel, Gelderse roos, grauwe wilg, geoorde wilg, kruipwilg, ruwe berk, ratelpopulier, sporkehout, vogelkers, wilde lijsterbes, zwarte bes. Bij verdroging vaak gewone braam. | |||||
| Lianen | hop, wilde kamperfoelie. | |||||
| Kruidlaag | Nectar en stuifmeelplanten: bitterzoet, dotterbloem, echte valeriaan, gele lis, gewone engelwortel, grote kattenstaart, grote wederik, kale jonker, koninginnenkruid, moerasandoorn, pinksterbloem, watermunt, wolfspoot, | |||||
| Geen bijenplanten: Kenmerkende soorten -- elzenzegge, moerasvaren, kamvaren, moeraswederik, pluimzegge. bittere veldkers, blauw glidkruid, bosbies, brede stekelvaren, hennegras, hoge cyperzegge, ijle zegge, melkeppe, moeraswalstro, moeraszegge, oeverzegge, riet, rietgras, ruw beemdgras, ruwe smele, smalle stekelvaren, waterscheerling, waterviolier, wijfjesvaren . | ||||||
| Foto's | Elzenbroekbos langs de Slinge----Zomerbeeld educatief elzenbroekbos----Elzenbroekbos en dotterbloem | |||||
![]() |
||||||
| Elzenbroekbos langs de Slinge -- Mooie voorbeelden van elzenbroekbos liggen onder meer in de Achterhoek. Dit broekbos heeft door de aanwezigheid van dood hout een zeer natuurlijke uitstraling. De grote plekken met dotterbloem wijzen op een sterke kwel. (Winterswijk 2000) | ||||||
![]() |
||||||
| Zomerbeeld educatief elzenbroekbos -- Dit educatieve pad door een elzenbroekbos verhoogt ook de belevingswaarde. Niet zo zeer door de plantensoorten, maar veel meer door de totale vegetatiestructuur. De gebogen paden maken het enigszins mysterieus. Zie ook winterbeeld (Rotterdam, Kralingsebos 1993) | ||||||
![]() |
||||||
| Elzenbroekbos en dotterbloem -- In het heempark van Schiedam is dotterbloem aangeplant en heeft zich daarna enkele decennia gehandhaafd. (Schiedam 1991). De grond was venig maar niet verzuurd. De planten stonden hier in de winter onder water. Door inklinking is dotterbloem uiteindelijk verdwenen. (Schiedam 1991). | ||||||
| Varianten met Zwarte Els: toepasbare houtige soorten en voorkomende kruiden | ||||||
| 6 Elzen-eikenbos -- Afgeleid van elzen-eikenbos (van de Werf, 1991; Jager, 1994). | ||||||
| Bomen | Hoofdhoutsoorten -- Zomereik, zwarte els. | |||||
| Begeleidende soorten -- Zachte berk, ruwe berk, gewone es. | ||||||
| Struiken | Wilde lijsterbes, verder ratelpopulier, sporkehout, (Gelderse roos, grauwe wilg, hazelaar, hulst). | |||||
| Lianen | wilde kamperfoelie | |||||
| Kruiden | Nectar- en stuifmeelplanten: Gele lis, grote wederik, kale jonker. | |||||
| Geen bijenplanten: Brede stekelvaren, smalle stekelvaren (blauw glidkruid, moeraswalstro, ijle zegge). | ||||||
Het gaat hier een om een overgang naar en droger bostype, dat niet meer tot het elzenbroekbos gerekend kan worden. Als dit ten gevolge van onnatuurlijke verdroging is, kunnen natuurtechnische maatregelen wellicht de ontwikkeling van elzenbroekbossen bevorderen. |
||||||
13 Beplanting met els en koningsvaren (afgeleid van koningsvaren-elzenbroek (Van der Werf, 1991) |
||||||
| Bodem |
|
|||||
| Bomen | Hoofdhoutsoort -- Zwarte els. | |||||
| Begeleidende soort -- Op zure standplaatsen: zachte berk. | ||||||
| Struiken | Grauwe wilg, geoorde wilg. | |||||
| Lianen | (Wilde kamperfoelie | |||||
| Kruiden | Onder meer: egelboterbloem, gewone wederik, koningsvaren. | |||||
Deze vegetatie kwam in de jaren tachtig langs spoorwegen voor. Door ruig machinaal beheer is daar nog weinig van te herkennen. Deze vegetatie staat min of meer tussen elzenbroekbroekbos en wilgenbroektruweel in. Heeft daar veel soorten mee gemeenschappelijk. De combinatie is goed bruikbaar in parken, heem- en natuurtuinen, landgoederen en stedelijke beplantingen langs waterpartijen. Als ze niet te klein worden aangeplant kunnen koningsvarens tientallen jaren standhouden en uitgroeien tot majestueuze planten met een hoge belevingswaarde. |
||||||
| Beheer -- te zware schaduw voorkomen; hakhoutbeheer | ||||||
| Ruigt-Elzenbos | ||||||
| Dit bostype wordt door Van de Werf (1991) tot de elzenbroekbossen gerekend, maar het past beter bij het vogelkers-elzenverbond (zie Stortelder et al. 1999 p.331). Uit praktische overweging wordt het op deze pagina genoemd. | ||||||
| Milieu -- Drogere en verdroogde veenbodems onder meer op koopveen, weideveen en drogere moerige gronden. | ||||||
| Soorten -- Is vooral gekenmerkt door soorten van het volgelkers-essen verbond. | ||||||
| Boomlaag -- Zwarte els, gewone es, schietwilg. | ||||||
| Struiklaag -- Eenstijlige meidoorn, grauwe wilg, vogelkers, Geldersroos. | ||||||
| Kruidlaag -- Onder meer: fluitenkruid, dagkoekoeksbloem, hondsdraf, grote brandnetel (vaak dominant), kleefkruid. | ||||||
| Toepassing -- Elzenbroekbosjes en singels met zwarte els die bij stadsuitbreiding of bij de aanleg van recreatie terreinen worden geïntegreerd of worden aangeplant tonen vaak veel kenmerken van het ruigt-elzenbos. Bij zeer extensief beheer kan dat leiden tot sterke verruiging. | ||||||
| Kruiden die de belevingswaarde kunnen vergroten: bitterzoet, blauw glidkruid, brede stekelvaren, echte valeriaan, gele lis, gewone dotterbloem, gewone engelwortel, grote kattenstaart, grote wederik, hoge cyperzegge, ijle zegge, kale jonker, koningsvaren, melkeppe, moerasvaren, moeraswalstro, pluimzegge, riet, smalle stekelvaren, wateraardbei, waternavel, waterviolier, wijfjesvaren. | ||||||
| Beheer | ||||||
| Natuurlijke elzenbroekbossen op een niet te kleine oppervlakte zijn zelfregulerende kleinschalige bosjes. Het instand houden en het ontwikkelen van dit bostype is alleen goed mogelijk bij een natuurlijke hoge grondwaterstand. Waar dat niet het geval is zou de oorspronkelijke grondwaterstand moeten worden hersteld. Op niet te moerassige bodems leent dit bostype zich goed voor hakhoutbeheer. Op plaatsen waar verschillende percelen van elzenbroekbos voorkomen, zou een gefaseerd hakhoutbeheer gevoerd kunnen worden. Door dat er verschillende vegetatiestructuren ontstaan, wordt de biodiversiteit bevorderd. Een verhoogde biodiversiteit kan bijdrage de recreatieve waarde van het gebied. Op natte en vochtige plekken is het vaak niet nodig om zwarte els aan te planten, vooral niet als er zaadbronnen in de buurt zijn. Als dat niet het geval is kan men zaad winnen en zelf uitzaaien. | ||||||
| Opmerking kruiden | ||||||
| Op te droge bodems wordt de kruidlaag meestal gedomineerd door grote brandnetel. Dit komt door het stikstofbindendvermogen van zwarte els. In verdikkingen van de wortels bevinden zich bacteriën die stikstof uit de lucht kunnen binden. Door snelle mineralisatie van het stikstofrijke blad en elzenproppen wordt de bodem zeer vruchtbaar en gevoelig voor verruiging. Klik op link voor kleinschalig voorbeeld. | ||||||
| Legenda | ||||||
| Bij houtige soorten en lianen: soorten die door bijen worden bezocht. | ||||||
| Bij kruidlaag: soorten die kunnen worden geïntroduceerd (planten of zaaien) voor informatie per plant zie plantenvademecum (Koster 2007). | ||||||