| Sluit deze pag. met kruisje rechts boven! |
| Varianten met Zwarte Els: toepasbare houtige soorten en voorkomende kruiden |
| |
| 6 Elzen-eikenbos -- Afgeleid van elzen-eikenbos (van de Werf, 1991; Jager, 1994). |
| |
| Bodem |
|
| Bomen |
Hoofdhoutsoorten -- Zomereik, zwarte els. |
| |
Begeleidende soorten -- Zachte berk, ruwe berk, gewone es. |
| Struiken |
Wilde lijsterbes, verder ratelpopulier, sporkehout, (Gelderse roos, grauwe wilg, hazelaar, hulst). |
| Lianen |
wilde kamperfoelie |
| Kruiden |
Nectar- en stuifmeelplanten: Gele lis, grote wederik, kale jonker. |
| |
Geen bijenplanten: Brede stekelvaren, smalle stekelvaren (blauw glidkruid, moeraswalstro, ijle zegge). |
| Het gaat hier een om een overgang naar en droger bostype, dat niet meer tot het elzenbroekbos gerekend kan worden. Als dit ten gevolge van onnatuurlijke verdroging is, kunnen natuurtechnische maatregelen wellicht de ontwikkeling van elzenbroekbossen bevorderen. |
| |
| 13 Beplanting met els en koningsvaren (afgeleid van koningsvaren-elzenbroek (Van der Werf, 1991) |
| Bodem |
| Vochtig tot nat |
Voedselarm-schraal |
Venige bodem,
ondiep veen op lemige ondergrond; vaaggronden, eerdgronden |
pH 4,0-5 |
Strooisel |
|
| Bomen |
Hoofdhoutsoort -- Zwarte els. |
| |
Begeleidende soort -- Op zure standplaatsen: zachte berk. |
| Struiken |
Grauwe wilg, geoorde wilg. |
| Lianen |
(Wilde kamperfoelie |
| Kruiden |
Onder meer: egelboterbloem, gewone wederik, koningsvaren. |
| Deze vegetatie kwam in de jaren tachtig langs spoorwegen voor. Door ruig machinaal beheer is daar nog weinig van te herkennen. Deze vegetatie staat min of meer tussen elzenbroekbroekbos en wilgenbroektruweel in. Heeft daar veel soorten mee gemeenschappelijk. De combinatie is goed bruikbaar in parken, heem- en natuurtuinen, landgoederen en stedelijke beplantingen langs waterpartijen. Als ze niet te klein worden aangeplant kunnen koningsvarens tientallen jaren standhouden en uitgroeien tot majestueuze planten met een hoge belevingswaarde. |
| Beheer -- te zware schaduw voorkomen; hakhoutbeheer |
| |
| Ruigt-Elzenbos |
| Dit bostype wordt door Van de Werf (1991) tot de elzenbroekbossen gerekend, maar het past beter bij het vogelkers-elzenverbond (zie Stortelder et al. 1999 p.331). Uit praktische overweging wordt het op deze pagina genoemd. |
| Milieu -- Drogere en verdroogde veenbodems onder meer op koopveen, weideveen en drogere moerige gronden. |
| Soorten --Is vooral gekenmerkt door soorten van het volgelkers-essen verbond. |
| Boomlaag -- Zwarte els, gewone es, schietwilg. |
| Struiklaag -- Eenstijlige meidoorn, grauwe wilg, vogelkers, Geldersroos. |
| Kruidlaag -- Onder meer: fluitenkruid, dagkoekoeksbloem, hondsdraf, grote brandnetel (vaak dominant), kleefkruid. |
| Toepassing -- Elzenbroekbosjes en singels met zwarte els die bij stadsuitbreiding of bij de aanleg van recreatie terreinen worden geïntegreerd of worden aangeplant tonen vaak veel kenmerken van het ruigt-elzenbos. Bij zeer extensief beheer kan dat leiden tot sterke verruiging. |
| |
Toepassing kruiden in het stedelijk gebied |
| Kruiden die de belevingswaarde kunnen vergroten: bitterzoet, blauw glidkruid, brede stekelvaren, echte valeriaan, gele lis, gewone dotterbloem, gewone engelwortel, grote kattenstaart, grote wederik, hoge cyperzegge, ijle zegge, kale jonker, koningsvaren, melkeppe, moerasvaren, moeraswalstro, pluimzegge, riet, smalle stekelvaren, wateraardbei, waternavel, waterviolier, wijfjesvaren. |
| Beheer |
| Natuurlijke elzenbroekbossen op een niet te kleine oppervlakte zijn zelfregulerende kleinschalige bosjes. Het instand houden en het ontwikkelen van dit bostype is alleen goed mogelijk bij een natuurlijke hoge grondwaterstand. Waar dat niet het geval is zou de oorspronkelijke grondwaterstand moeten worden hersteld. Op niet te moerassige bodems leent dit bostype zich goed voor hakhoutbeheer. Op plaatsen waar verschillende percelen van elzenbroekbos voorkomen, zou een gefaseerd hakhoutbeheer gevoerd kunnen worden. Door dat er verschillende vegetatiestructuren ontstaan, wordt de biodiversiteit bevorderd. Een verhoogde biodiversiteit kan bijdrage de recreatieve waarde van het gebied. Op natte en vochtige plekken is het vaak niet nodig om zwarte els aan te planten, vooral niet als er zaadbronnen in de buurt zijn. Als dat niet het geval is kan men zaad winnen en zelf uitzaaien. |
| Opmerking kruiden |
| Op te droge bodems wordt de kruidlaag meestal gedomineerd door grote brandnetel. Dit komt door het stikstofbindendvermogen van zwarte els. In verdikkingen van de wortels bevinden zich bacteriën die stikstof uit de lucht kunnen binden. Door snelle mineralisatie van het stikstofrijke blad en elzenproppen wordt de bodem zeer vruchtbaar en gevoelig voor verruiging. Klik op link voor kleinschalig voorbeeld. |
| |
| Legenda |
| Bij houtige soorten en Lianen: soorten die door bijen worden bezocht. |
| Bij kruidlaag: soorten die kunnen worden geïntroduceerd (planten of zaaien) voor informatie per plant zie plantenvademecum (Koster 2007). |