| Sluit deze pag. met kruisje rechts boven! |
| 20 Doornstruwelen: toepasbare houtige soorten en voorkomende kruiden ----- |
| Vrij lage houtige begroeiingen die vaak door ondoordringbare doornige struiken worden gekenmerkt. De soorten werden vaak gebruikt als veekering (meidoornheggen, maasheggen). Dit type struweel kwam vooral in de periode voor 1990 als lintvormige vegetaties veel langs spoorwegen voor.
In hoofdzaak in Zuid-Limburg, het rivierengebied en de duinen. De soorten komen afhankelijk van hun standplaats in verschillende combinaties voor. |
| Bodem |
| Droog tot vochtig |
Matig voedselrijk zeer voedselrijk |
Minerale bodems; vaaggrond,
brikgrond |
Neutraal-basisch / kalkrijk; vaak humeus |
|
| Struiken |
Boksdoorn, bosroos, bottelroos, duindoorn(), duinroosje, eenstijlige meidoorn, egelantier, Gelderse roos, gele kornoelje, gewone vlier, hazelaar, hondsroos, kaneelroos, kruipwilg, mispel, peer, rode kornoelje, sleedoorn, Spaanse aak, wegedoorn, wilde kardinaalsmust, wilde liguster, zuurbes, diverse soorten braam, onder meer dauwbraam. Verder ook appel |
| Lianen |
bosrank, wilde kamperfoelie, |
| Bomen |
Gewone es, zoete kers, zomereik. |
| Kruiden |
Nectar en stuifmeelplanten: Als (open) zoom en op niet te zwaar beschaduwde plaatsen: akkervergeet-mij-nietje, asperge, bitterzoet, bosaardbei, bosvergeet-mij-nietje, dagkoekoeksbloem, dolle kervel, echte guldenroede, fluitenkruid, fijne kervel, geel nagelkruid, gewone ereprijs, gewone hennepnetel, glad parelzaad, grote muur, gulden sleutelbloem, heggenrank, hemelsleutel, hondsdraf, kleine ruit, knopig helmkruid, look zonder look, maarts viooltje, prachtklokje, robertskruid, stinkende ballote, asperge, vogelwikke, voorjaarshelmkruid, welriekde salomonszegel, wilde akelei, wilgenroosje, (kleine kaardenbol, koninginnenkruid, witte engbloem) |
|
Geen bijenplanten: Als (open) zoom en op niet te zwaar beschaduwde plaatsen: boskruiskruid, brede stekelvaren, brede wespenorchis (meestal in stedelijke varianten), duinriet, gestreepte witbol, gevlekte aronskelk, gewone eikvaren (in duingebied), gewone agrimonie, glad walstro, gladde witbol, heggenduizendknoop, hop, mannetjesvaren, pijpbloem, winterpostelein, zandzegge. |
|
|
| Houtige soorten die voor het ontwerp interessant zijn en vaak worden toegepast |
| a.) Op vochtige tot droge, matig voedselrijk tot zeer voedselrijke, basenrijke, kalkrijke tot zwak zure leem- en kleigronden en lemige bodems: bosroos, eenstijlige meidoorn, gele kornoelje, Gelderse roos, hazelaar, hondsroos, rode kornoelje, sleedoorn, Spaanse aak, tweestijlige meidoorn, (gewone vlier); als overstaander gewone es, zomereik, wegedoorn, wilde kardinaalsmuts. |
| b.) Op zandige kalkrijke bodem: (duindoorn), eenstijlige meidoorn, elegantier, Gelderse roos, (gewone vlier), wilde liguster, hondsroos, wilde kamperfoelie, wegedoorn, ruwe berk. |
|
| Toepassing doornstruwelen |
| In Nederland komen 9 verschillende typen (associaties) doornstruwelen en enkele typen wilgenbroekstruwelen voor. Maar zoals struwelen onder natuurlijke omstandigheden groeien, zijn ze nauwelijks te ontwerpen of aan te leggen.
Struwelen zijn vaak zo dicht en donker, dat kruidachtige plantengroei nauwelijks mogelijk is. De kruidachtige soorten komen alleen op open plekken en als zoomvegetatie tot hun recht. Deze afwisseling maken ze zowel landschappelijk als ecologisch zeer interessant. |
| Soorten van doornstruwelen kunnen op de meeste kalkhoudende tot neutrale (zwak zure) minerale bodems worden toegepast. Kruidachtige soorten van doornstruwelen, kunnen significant bijdragen aan de belevingswaarde van uiteenlopende stedelijke beplantingen. Vrijwel alle soorten die onder de kopjes kruiden worden genoemd, komen hiervoor in aanmerking. Uiteraard zijn veel algemene soorten al van nature aanwezig. |
| Zowel de houtige als de kruidachtige soorten van doornstruwelen, kunnen eveneens significant bijdragen aan de belevingswaarde van uiteenlopende stedelijke beplantingen. Deze soorten kunnen op verschillende vochtige tot vrij droge bodems worden toegepast. Veel stedelijke en landschappelijke beplantingen zijn van doornstruwelen afgeleid. |
|
| Legenda |
| Bij houtige soorten en lianen: soorten die door bijen worden bezocht. |
| Bij kruidlaag: soorten die kunnen worden geïntroduceerd (planten of zaaien) voor informatie per plant zie plantenvademecum (Koster 2007). |
|
 |
| Doornstruwelen in de duinen zijn de meest omvangrijke van Nederland. In deze struwelen komt nachtegaal veelvuldig voor en is de roodborsttapuit regelmatig te zien. Op zandige gedeelte in het kustgebied onder meer bij nieuwe havenuitbreidingen, woonwijken en bedrijventerreinen die al in het duingebied liggen kunnen doornstruwelen een inspiratiebron voor nieuwe beplantingen zijn. (Kennemerduinen 1995) |
| |
 |
| Sleedoornhaag -- Sleedoorn is te zien als een afgeleide van struweel. Deze heg, vermoedelijk minstens een halve eeuw oud en nooit gesnoeid, was in 1994 op verschillende plekken meer dan 12 meter breed en meer dan 8 meter hoog. Door zulke heggen om de tien jaar op kniehoogte af te zetten blijven ze dicht en daardoor vooral voor vogels interessant. (Utrecht, oude renbaan 1994; thans een golfbaan) |
| |
 |
| Hondsroos -- Een doornstruweel in ontwikkeling. Vermoedelijk door de zaadverspreiding van vogels heeft hondsroos zich het eerste talrijk gevestigd. (Maastricht, Grensmaas 1996) |
| |
 |
| Hondsroos -- De vrij korte bloei van hondsroos wordt later in de zomer gevolgd door een grote productie van rozenbottels. Iedere bloem wordt een bottel. |
| |
 |
| Mantelbegroeiing -- Oorspronkelijk is meidoorn hier als een mantelbegroeiing aangeplant. Doordat deze beplanting over het pad ging hangen moest er jaarlijks worden gesnoeid waardoor de vorm, de bloei en de bessen afnamen. De eerste rij van de beplanting is na ca 20 jaar teruggezet, en er zijn inhammen gemaakt. Het levert een natuurlijker beeld op. (Zutphen 1995) |
| |
| |