| Fauna |
| Opmerking insectenbezoek: alle kwalificaties (Hom, W.bij, Hb en Vlin) hebben betrekking op eigen waarnemingen. Dit heeft steeds betrekking op eigen waarnemingen van foeragerende insecten. Voor vogels zijn ook gedeeltelijk literatuuropgaven gebruikt. Veel andere plantensoorten worden waarschijnlijk wel door de betreffende insecten bezocht, maar dat is in het onderzoek niet waargenomen. De aanwezigheid van bijen en vlinders is van veel factoren afhankelijk. Dat honingbijen meer zijn waargenomen dan andere insecten heeft te maken met klimatologische omstandigheden, aanwezigheid van imkers en het aantal dieren. Zie "Plantenvademecum". |
| hom: hommels |
| w.bij: solitaire wilde bijen |
| hb: honingbijen ---- n: nectar -----p: stuifmeel (p=pollen) |
| vlin: dagvlinders. |
| |
| Frequentie bezoek honingbijen |
| Hb0: de planten worden door honingbijen bezocht voor nectar en/of stuifmeel, maar er zijn te weinig waarnemingen voor een indicatie. |
| Hb1: honingbijen meestal in kleine aantallen waargenomen, meestal bij kleine aantallen of individuele planten. De meeste van deze planten zullen intesiever worden bezocht als ze in grote aantallen bijelkaar staan (bij voorbeeld als landbouw of tuinbouwgewas) en als bijenvolken in de naaste omgeving aanwezig zijn. |
| Hb2: honingbijen zijn vaak afwezig, incidenteel druk bevlogen; wordt in de omgeving van de bijenstand waarschijnlijk regelmatiger en intensiever bevlogen. (Er zijn inmiddels goede indicaties dat deze groep in de buurt van een bijenstal onder Hb3 of Hb5 vallen) |
| Hb3: honingbijen regelmatig in grote of kleine aantallen aanwezig. |
| Hb4: intensief bezoek van honingbijen is minstens eenmaal waargenomen. |
| Hb5: goed tot zeer goed en meestal constant bevlogen. |
| De gegeven waarden hebben alleen betrekking op het bezoek aan de bloemen, maar zegt niets over het nectar- en stuifmeelleverend vermogen van de bloemen. |
|
| |