Milieufactoren
Vochtigheid bodem
Nat: bodems die langdurig, meestal in het winterhalfjaar, onder water staan en in de zomer vochtig of drassig blijven waardoor zuurstoftekort in de wortelzone kan optreden. In de zomer kan de gemiddelde grondwaterstand tot 80 cm zakken.
Zeer vochtig: staat tussen nat en vochtig in
Vochtig: bodems die ook rond de zomerperiode vochtig blijven of in het winterhalfjaar een relatief hoge grondwaterstand hebben. Hierbij wordt verondersteld dat de capillaire werking niet is verstoord. In de winter kan het grondwater minder dan 40cm diep zitten, in de zomer kan dat oplopen tot 1,20m.
Vochthoudend: bodems die in de zomerperiode niet helemaal uitdrogen, maar voor de planten nog voldoende vocht kunnen vasthouden; dit kan het geval zijn bij leem-, löss-, zavel- en kleigronden. Bodems die dus voldoende leem- en kleideeltjes bevatten. Verder ook humushoudende bodems. Deze categorie wordt ook gebruikt (vooral voor de uitheemse soorten) voor bodems, die min of meer tussen droog en vochtig in staan; vooral met betrekking tot de grondwaterstand in de winter staan ze meer bij de droge bodems; kijkend naar de groei van de planten neigen ze in het groeiseizoen meer naar de vochtige bodems.
Droog: min of meer droog: bodems die rond de zomerperiode (mei-september) niet of nauwelijks vocht bevatten en bovendien een lage grondwaterstand hebben. In de praktijk is dit puur zand, leemarm zand en bodems waar de capillaire werking is gestagneerd. In het winterhalfjaar is de grondwaterstand gemiddeld dieper dan 40 cm; in de zomer dieper dan 1,20m.
 
Voedselrijkdom
Voedselarm/schraal: productie drooggewicht lager dan 4 ton per ha jaar.
Voedselrijk/matig voedselrijk: tussen 4 en 8 ton. Heeft meestal betrekking op tuinen
Voedselrijk - zeer voedselrijk: tussen de 8 en 12 ton; ruigte op vochtige tot natte voedselrijke bodems: tot 15-20 (30) ton per jaar.
 

Lichtcondities

zon: het grootste deel van de dag volle zon.

zonnig: volle zon afgewisseld met relatief korte periodes met schaduw.

Beschaduwd/halfschaduw: een mix van zon een schaduw bijvoorbeeld doordat de planten zijn afgeschermd door goed lichtdoorlatende bomen; in ieder geval geen permanente schaduw of slagschaduw op het grootste deel van de dag.

Schaduw: in hoofdzaak schaduw, maar in het overgrote deel van de gevallen geen donkere schaduw; plekken waar de zon niet schijnt maar het wel redelijk licht is.

tb: tijdelijk beschaduwd. Veel planten groeien in de volle zon, maar verdragen korte tijd (1-2 uur) schaduw zonder dat dit ten koste gaat van de bloei.