| Paardenkastanjefamilie - Hippocastanaceae |
Bomen of heesters met tegenoverstaande, langgesteelde, handvormig samengestelde bladen. BLOEM: scheef tweezijdig symmetrisch, kelkbladen 5, kroonbladen 4 of 5, meeldraden 5-8, blw. trosvormige opstaande pluimen (ook wel kaarsen genoemd). VRUCHT: doosvrucht (kastanjes met bolster). NECTAR: nectarklieren aan de voet van de meeldraden. Bloeit op tweejarig hout. MILIEU: vochtige tot vochthoudende, (matig)voedselrijke bodems; groeit op de meeste plaatsen, maar vermijdt extremen; de genoemde soorten groeien op zonnige plaatsen. OPMERK: de soorten hebben een sterke sapstroom in het voorjaar. In verband met bloeden direct na de bladval --- eind oktober eind november/dec-jan snoeien). In het algemeen zijn de soorten niet kritisch, maar zijn wel gevoelig voor bodemverdichting en iets voor wegenzout. Zaden giftig.
De meeste kastanjes zijn goede drachtplanten. Ze worden door honingbijen en hommels bezocht. Vooral witte en rode paardenkastanje dragen in de bebouwde omgeving/openbaar groen substanstieel bij aan de dracht. |
| TOEPAS: witte en rode paardenkastanje worder als straat-, laan-, parkboom gebruikt; ze worden ook vaak aangeplant in grote tuinen, op landgoederen en stinzen. De overige soorten worden gewoonlijk solitair aan geplant. |
Witte paardenkastanje - Aesculus hippocastanum
|
| Boom: bloeit tweede helft april-mei (begin juni), wit met rode vlekjes, met grote stekelige vruchten met grote bruine zaden. Tot 25,0 hoog. MILIEU: zie bij familie. VERSPR: Zuidoost-Europa veel aangeplant en regelmatig verwilderd. Onder meer in loofbossen op overwegend vochtige, voedselrijke bodems. FAUNA: hommels en honingbijen. Opmerking bloei: In de meeste boeken wordt mei-juni opgegeven, maar de afgelopen 10 jaar was dat geregeld vroeger. Zelfs na de lange winter periode van 2009-2010 begonnen veel kastanjes al te bloeien. Zowel witte als rode kastanje stonden op 30 april in volle bloei! Dracht: nectar en rood roodstuifmeel. Indicatie voor dracht code 5. |
| Rode paardenkastanje - Aesculus x carnea |
Boom: bloeit april-mei, ca. 10 dagen na A. carnea, roze; geeft nauwelijks vruchten. Tot 20,0 hoog. MILIEU: enigszins vochtige tot iets droge, (matig) voedselrijke bodems; zonnig. VERSPR: bastaard (A. hippocastanum x A. pavia). FAUNA: hommels en honingbijen. Dracht: nectar en rood roodstuifmeel. Indicatie voor dracht code 5. |
| Amerikaanse kastanje - Aesculus flava |
Boom: bloeit Rond mei, geel; bladen aan de onderkant roodbruin behaard. Tot -20,0 hoog. MILIEU: zie bij familie. VERSPR: Noord-Amerika; weinig aangeplant. OPMERK: windgevoelig. FAUNA: hommels en honingbijen. Dracht: nectar en rood roodstuifmeel. Indicatie voor dracht code 5. |
| kleinbloemige kastanje - Aesculus parviflora |
Heester: bloeit jul-aug op tweejarig hout, wit. tot 3,0 hoog. Deze struikvormige plant breidt zich via worteluitlpers uit. MILIEU: zie bij familie. VERSPR: zuidoostelijk Noord-Amerika; weinig aangeplant. TOEPAS: vooral aangeplant in parken en landgoederen. FAUNA: hommels en honingbijen. Dracht: nectar en rood roodstuifmeel. Indicatie voor dracht code 4. |