Plantencombinaties voor honingbijen en wilde bijen op natte voedselrijke bodems Pagina bij www.Bijenhelpdesk.nl
Omschrijving: de planten combinatie is gebaseerd op het Moerasspirea-verbond: een overkoepelende naam voor ruige bloemrijke plantengemeenschappen (associaties) die voorkomen op natte voedselrijke bodems. De plantensoorten van deze plantengemeenschappen zijn 1tot 2 m hoog. De plantensoorten komen voor in moerassen, langs allerlei wateren (rivieroevers, vijverkanten sloten etc.).
Soorten: die voorkomen zijn onder meer: echte valeriaan, Engelse alant, gele lis, geoord helmkruid, grote engelwortel, grote kattenstaart, grote wederik, koninginnekruid, lange ereprijs, late guldenroede, moerasandoorn, moerasrolklaver, moerasspirea, poelruit, wolfspoot, zomerklokje, gewone engelwortel, gewone smeerwortel, heelblaadjes, kleine aster, moerasvergeet-mij-nietje, smalle aster, watermunt.
Fauna: Al deze plantensoorten worden door honingbijen en wilde bijen bezocht en de meeste ook door vlinders.
Toepassing tuinen: zijn in grotere tuinen toe te passen, zowel als afzonderlijk plant als in allerlei combinaties. De meeste planten zaaien zich sterk uit of hebben de neiging om te gaan woekeren. Vooral voor toepassing van combinaties moeten ruime plekken worden gereserveerd: minimaal 4-8 mē
Bodem: de bodem moet goed vochtig zijn, het grondwater mag niet te diep zijn; door de bodem te 30-50 cm of meer te ontgraven komt het grondwater minder diep. Om verzuring te voorkomen moet het grondwater in de winter de wortelzone bereiken; daarnaast is het soms nodig om met compost te bemesten. In de natuur vindt bemesting plaats via het oppervlakte water. Tuinen die aan het water liggen en daardoor ook nat zijn hoeven dus niet te worden bemest.
Beheer: In principe hoeft men aan deze begroeiingen niets te doen, indien gewest kunnen afgestorven stengels in de winter worden afgeknipt, maar ecologisch gezien is het beter dat de stengels blijven staan (fauna). Als de stengels blijven staan is bemesting vaak minder noodzakelijk omdat er dan geen voedingsstoffen worden afgevoerd.
De planten zijn zeker in tuinen op het gebied van concurrentiekracht niet gelijkwaardig en verschillende planten hebben door hun lange worteluitlopers (soms meer dan 2 m) de neiging zich naar andere delen van de tuin uit te breiden. Maar als men daarmee weet om te gaan, kunnen er zeer fraaie en ecologisch interessante begroeiingen ontstaan.
Voorbeeld(en) en overzicht voornaamste plantensoorten: Er wordt ook ingegaan op kleine praktische minpuntjes van deze planten. Het is nooit zo dat dit bij alle planten tegelijk speelt. Het is en kwestie van uitproberen. Plant niet alle genoemde soorten aan, maar hooguit de helft.
Scrol of klik hier voor overzicht
 
 
  Terug naar top
 
 
  Terug naar top
 
 
  Terug naar top
 
 
  Terug naar top
 
 
  Terug naar top
 
 
   
Samenvatting voor meer informatie en foto's zie bijenkalender of zoek onder alfabet Terug naar top
Angelica sylvestris - Gewone engelwortel
Tweejarig; bloeiperiode: juli-september; bloem wit tot iets roze; blad meervoudig geveerd, plant kaal; 1,0-1,8 m hoog.
Fauna: vlinders, hommels, honingbijen, solitaire bijen.
Tuinen: kan ook in nat grasland worden uitgezaaid; reproductief in tuinen; vormt grote rozetten met geveerde bladen; moet dus voldoende ruimte om zich heen hebben
Eupatorium cannabinum - Koninginnekruid
Overblijvend (vast); bloeiperiode: juli-september; bloem roze, bloeiwijze een pluim; blad kruisgewijs tegenoverstaand, drietallig, hennepachtig blad (vandaar de naam cannabinum); Verder kan de kleur van de bloemen zeer snel verbleken en veel planten hebben van nature al een bleke kleur; 0,8-2,0 m hoog.
Fauna: is een van de belangrijkste wilde nectarplanten voor vlinders; wordt verder veel door honingbijen en hommels bezocht.
Tuinen: kan goed in tuinen worden toegepast; is in tuinen sterk reproductief; daarom de bodem zoveel mogelijk gesloten houden.
Filipendula ulmaria - Moerasspirea
Overblijvend (vast); bloeiperiode: juni-september; bloem wit, bloeiwijze een tuil; blad geveerd met een 3- tot5-delig topblaadje; vruchtjes om elkaar gedraaid; 0,7-1,5 hoog.
Fauna: wordt voornamelijk door hommels en honingbijen bezocht.
Tuinen: zaait zich in tuinen sterk uit; jonge planten zitten spoedig stevig verankerd in de bodem; nestelt zich gemakkelijk tussen laag groeiende planten. Is te voorkomen door de uitgebloeide tuilen uit te knippen.
Iris pseudacorus - Gele lis
Overblijvend (vast); bloeiperiode: mei-juli; bloem geel; doosvrucht stomp 3-kantig 3-6 cm lang; blad zwaardvormig; dikke sterk vertakkende wortelstok; 0,6-1,3.
Fauna: wordt voornamelijk door hommels bezocht, veel minder door honingbijen.
Tuinen: zowel in open grond als in tuinvijvers toe te passen; zaait zicht sterk uit; in tuinen moet ook in de zomer de ondergrond goed vochtig blijven en mag de bodem niet verzuren, anders loopt de bloei terug; De plant komt ook een aantal jaren in een kuip tot bloei.
Lotus pedunculatus - Moerasrolklaver
Overblijvend (vast); bloeiperiode: juni-augustus; bloem geel vaak oranjegeel, toppen van knoppen vaak rood; - bladeren geveerd en vijftallig; plant met lange ondergrondse uitlopers; tot (klimmend) 1,2 m hoog.
Fauna: vlinders, wilde bijen, hommels, honingbijen.
Tuinen: kan mede door de lange wortelstokken sterk dominant optreden en vrijwel alle lage en half hoge planten overgroeien; is niet geschikt voor kleine tuinen.
Lythrum salicaria - Grote kattenstaart
Overblijvend (vast): bloeiperiode: juni-september; bloem paarsrood, bloeiwijze een aarachtige tros met bloemen in schijnkransen; 0,8-2,0 m hoog;
Fauna: wordt veel hommels, honingbijen, solitaire bijen en vlinders bezocht.
Tuinen: een plant, die enkele jaren op zijn plek blijft. Is zeer reproductief; jonge planten kunnen stevig geworteld zijn tussen andere lagere planten.
Lysimachia vulgaris - Grote wederik
Overblijvend (vast); boeiperiode: juni - augustus; bloem geel, kroonbladen vaak een bruinrode vlek aan de voet, meeldraden aan de voet met elkaar vergroeit, bloeiwijze een pluim;bladeren gesteeld, eirond tot langwerpig, tegenover elkaar staand of in kransen van 3 tot 4; wortelstokken zeer lang.
Fauna: wordt alleen door slobkousbij en enkele groefbijen bezocht.
Tuinen: de planten maakt bovengrondse worteluitlopers die langer dan een meter kunnen zijn, groeit tussen alle andere planten door; over water kunnen deze uitlopers meer dan twee meter overbruggen.
Stachys palustris Moerasandoorn
Overblijvend (vast); boeiperiode: juli - augustus; bloem roze-achtig, bloeiwijze schijnkransen die aarvormig zijn gerangschikt; bladeren langwerpig,  met  een zwak hartvormige voet; plant met ondergrondse uitlopers; 0,4-1,2 m hoog.
Fauna: hommels, vlinders, solitaire wilde bijen, honingbijen; wordt bezocht door  de grote wolbij.
Tuinen: kan zich op vochtige en humusrijke bodem sterk uitbreiden en tamelijk dichte bossige begroeiingen vormen.
Symphytum officinale - Gewone smeerwortel
Overblijvend (vast); boeiperiode:
april-september; bloem wit tot paars, bloemkroon buisvormig, helmknopen ingesloten; plant ruw behaard; met penwortel; 0,3-1,0 m hoog
Fauna: hommels, solitaire bijen, honingbijen.
Tuinen: wordt ook tuinplant verkocht; kunnen grote bossige planten worden die, solitair aangeplant, snel uiteenvallen. Wordt in de volle grond vaak een dweil van een plant met meer dan 1m hoge stengels die vrij snel omvallen; gewone smeerwortel kan het beste in grasland of tussen de andere planten worden uitgezaaid of eventueel worden aangeplant; wortelconcurrentie houdt de plant gedrongen.
Thalictrum flavum - Poelruit
Overblijvend (vast); boeiperiode: juni-juli; bloem wit, bloemdekbladen 4 zeer smal, vallen af bij het begin van de bloei bloeiwijze een pluim; blad geveerd; plant met korte tot zeer lange ondergrondse uitlopers; (0,5) 1,0-1,5 m hoog.
Fauna: in hoofdzaak honingbijen en hommels.
Tuinen: blijft in tuinen en open grond echter niet op de plek waar hij is aangeplant, maakt uitlopers van meer dan een meter lang en komt steeds op andere plekken op; in tuinen tussen ruigten tamelijk gevoelig voor concurrentie.
Echte valeriaan - Valeriana officinalis
Overblijvend (vast); boeiperiode: juni-juli; bloem vaak eerst roze , in de zon snel wit verblekend, bloemkroon vergroeibladig, zwak tweezijdig symmetrisch en 5-slippig, bloeiwijze bijschermachtig; blad geveerd of veervorming, tegenoverstaand; planten met korte wortelstok; 0,8-1,8 m hoog
Fauna: vlinders, hommels, honingbijen, wilde bijen
Tuinen: heeft enige open ruimte nodig; is sterk reproductief, zowel op natte als op vrij vochtige bodem; is echter geen lastige plant om in de hand te houden.
Veronica longifolia - Lange ereprijs
Overblijvend (vast); boeiperiode: juli-augustus; bloem blauw, bloeiwijze een aarvormige tros; blad tegenoverstaand of in kransen van 3 of 4 bladeren; blad meestal langwerpig 0,6-1,2 m hoog.
Fauna: vlinders, solitaire bijen, hommels, honingbijen.
Tuinen: de stengels van deze opgaande plant kunnen in tuinen soms zeer slap zijn waardoor die ook moeilijk is aan te binden.


In tuinen kunnen overstaande soorten gecombineerd worden met soorten andere vochtige tot natte voedselrijke milieus. is vaak een kwestie van uitproberen. Enkele soorten zijn:  

Mentha aquatica - Watermunt
Overblijvend (vast); boeiperiode: juli-september; bloem lila, bloeiwijze okselstandig en eindelings hoofdje; met ondergrondse uitlopers; met sterk muntgeur; 0,3-0,7m hoog
Fauna: wilde bijen, hommels, honingbijen, vlinders.
Tuinen: kan ook in niet te kleine tuinen worden toegepast;  op vochtige tot natte bodem een snelle groeier; een pol bereikt snel een diameter van 1,0 m of meer.

Pulicaria dysenterica - Heelblaadjes
Overblijvend (vast); boeiperiode: juli-september; bloem geel, bloeiwijze en tuil; plant viltig behaard; blad ongesteeld (stengelomvattend); kaal wordend en dan iets ruw tot wrattig; met lange wortelstokken; hoogte 0,6-0,8 m.
Fauna: wilde bijen, hommels, honingbijen, vlinders.
Tuinen: maakt lange uitlopers; op zandige bodems als sierplant vaak met slappe, moeilijk aan te binden stengels waardoor de sierwaarde verloren gaat.
Sanguisorba officinalis - Grote pimpernel
Overblijvend (vast); boeiperiode: juni - september; bloem roodbruin, bloeiwijze een ovaalvormige hoofdje; met kruipende wortelstok; 0,5-1,2 tot 1,8 als tuinplant.
Fauna:
vinders, honingbijen, solitaire bijen.
Tuinen: windgevoelig soort moet als solitaire plant worden aangebonden; is in tuinen zeer reproductief; door de uitgespreide vlezige wortels soms lastig te wieden, vooral als hij tussen andere lagere planten is gevestigd, moet er vaak een stevig mes of andere stekend voorwerp worden gebruikt.