| RANUNCULACEAE Ranonkelfamilie |
Kruidachtige planten en houtige klimplanten. BLOEM: 5 kroonbladen 5, kelkbladen 3 of meer, meeldraden talrijk; de meeste soorten hebben radiaal symmetrische bloemen, een deel wordt gekarakteriseerd door tweezijdig symmetrie waar monnikskap een schoolvoorbeeld van is, blw. alleenstaand, in trossen of pluimen. VRUCHT: kokervrucht. NECTAR: nectarbladen (Helleborus, Eranthis, Nigella); spoor (Aconitum, Aquilegia, Consolida); voet vruchtbeginsel (Caltha); nectargroefjes in de nagel van de kroonbladen (Cimacifuga, Ranunculus). OPMERK: verschillende planten zijn giftig tot zeer giftig; in bepaalde gevallen ook voor honingbijen. Dit geldt het meest voor monnikskap en sommige boterbloemen (in Ned. Ranunculus auricomus), maar zolang de bijen niet massaal op deze planten vliegen blijven nadelige gevolgen uit. |
| Enkele drachtplanten de tot de ranonkelfamilieu worden gereken zijn: gewone dotterbloen, scherpe boterbloem, bosanemoon, speenkruid, poelruit, kerstroos, winterakoniet, ridderspoor, bosrank en wilde akalei. Zie voor volledig overzicht zie www.plantenvademecum.nl |
| Voorlopige pagina Van de familiekenmerken worden de komende 12 maanden voorbeeldfoto's gegeven eventueel gekoppeld aan een digitale determinatietabel voor drachtplanten. Voorlopig wordt hiervoor verwezen naar www.plantenvademecum.nl |