| Op deze pagina worden planten genoemd waarop foeragerende honingbijen zijn waargenomen. |
Nuphar lutea - Gele plomp: WATER/OEVERPLANT, vast: mei-aug, geel, diepte 0,6-2,0. Hydr, wortelstok. Matig voedselrijk tot zeer voedselrijk, stilstaand tot zwak stromend water met modderlaag op de bodems; in het stedelijk en landelijk gebied vaak dezelfde standplaatsen als waterlelie (iets voedselrijker dan waterlelie). Zon. (inh); ZINTUIGPL: T.bloem/blad; FAUNA: Hb 1, Hom; BEHEERTYP: W4. |
Nymphaea alba - Witte waterlelie: WATER/OEVERPLANT, vast: mei-aug, wit, diepte 0,6-1,75. Hydr, wortelstok. Niet te diep stilstaand tot zwak stromend, min of meer voedselrijke zoet, helder water met modderlaag op de bodems; maar niet op zeeklei; in sloten, kanalen, plassen en vijvers. Zon. TUIN (inh); ZINTUIGPL: T.bloem/blad; FAUNA: Hb 1, Hom; BEHEERTYP: W4. |
Nymphoides peltata - Watergentiaan: WATER/OEVERPLANT, vast: jul-sep, geel. Hydr, 1,0-2,0. In voedselrijk, stilstaand tot zwakstromend zoet tot zeer zwak brak water met dunne modderlaag op een meestal kleiige bodems, maar ook op venig zand of veen; ontbreekt op puur veen; in oude doorbraakkolken langs de rivieren, oude rivierarmen, sloten, kanalen, watergangen, spoorsloten en stadsvijvers; heeft een hoge fosfaattolerantie. Zon. TUIN (inh); FAUNA: Hb 3, Hom; BEHEERTYP: W4. |
Persicaria amphibia (polygonum amphibia) - Veenwortel: VAST: jun-okt, roze; Geof/Helo: wortelstok, landvorm 0,3-0,8, watervorm, tot stengels van ca. 2m. Ondiepe voedselrijke wateren, ook in matig voedselrijk - relatief voedselarm water met een voedselrijke bodems; verder in allerlei overgangen van nat naar droog; de droge vorm vaak niet bloeiend of alleen in zeer natte periodes of op plekken met een natte ondergrond; in vijvers, sloten en plassen, aan oevers van beken, sloten vijverkanten, in wegbermen, op hoge spoordijken en tussen het plaveisel; bloeiende landvormen zijn een indicator voor natte ondergrond. Zon-licht beschaduwd. (inh); FAUNA: Hb 1; BEHEERTYP: G7, G8, R8, W5. |
Utricularia vulgaris - Groot blaasjeskruid: WATER/OEVERPLANT: jun-sep, geel. Hydr, 0,05-0,2. boven water,0,3-2,0 onder water. Matig voedselrijk, maar weinig of niet verontreinigd water met een modderlaag op de bodems; diepte ca. 05-2m, vaak boven een klei of veenbodems; in sloten, plassen, spoorsloten en wateren binnen de bebouwde kom. Zon. (inh); FAUNA: Hb 1; BEHEERTYP: W3. |